ALLES OVER LENZEN

Diafragma, F-getal en scherptediepte

Diafragma en belichting

Het diafragma in een lens, ook wel de 'iris' genoemd, is een ingenieus stukje techniek dat een variabele openingsgrootte biedt in het optische pad dat kan worden gebruikt om de hoeveelheid licht te beheersen dat door de lens gaat. Het diafragma en de sluitertijd zijn de twee primaire middelen om de belichting te regelen: bij een bepaalde sluitertijd vereist weinig licht een groter diafragma om het sensorvlak te bereiken terwijl feller licht een kleiner diafragma vergt voor optimale belichting. Maar u kunt ook dezelfde diafragma-instelling behouden en de sluitertijd wijzigen voor vergelijkbare resultaten. De grootte van de opening door de diafragma-instelling bepaalt tevens hoe gericht het licht door de lens gaat en dit heeft direct invloed op de scherptediepte. U moet dus zowel het diafragma als de sluitertijd instellen om de resultaten te krijgen die u wilt.

F-getalberekeningen

- Techniekpraat -

Het F-getal is de brandpuntsafstand van de lens gedeeld door de effectieve diameter van het diafragma. Dus in het geval van de 35-mm F1.4 G-lens: als het diafragma is ingesteld op het maximum van F1.4, is de effectieve diameter van het diafragma 35 ÷ 1,4 = 25 mm. Wanneer de brandpuntsafstand van de lens wordt veranderd, verandert de diameter van het diafragma bij een bepaald F-getal mee. Bijvoorbeeld: een diafragma van F1.4 op een 300-mm telelens zou een effectief diafragma vereisen van 300 ÷ 1,4 ≈ 214 mm. Dat zou een grote, zware en zeer kostbare lens opleveren. Daarom zijn er ook niet zo veel telelenzen met grote maximale diafragma's. Het is niet echt nodig dat de fotograaf weet wat de daadwerkelijke diameter van het diafragma is, maar het is zinvol om het principe te begrijpen.

'F-getallen' of 'F-stops'

Alle lenzen hebben een maximum- en minimumdiafragma. Dit wordt uitgedrukt in 'F-getallen' of 'F-stops'. Maar het is het maximumdiafragma dat meestal wordt vermeld in de specificaties van de lens. Neem de Sony 35 mm F1.4 G als voorbeeld. Dit is een 35-mm F1.4 lens: 35 mm is de brandpuntsafstand (daar gaan we later op in) en F1.4 is het maximale diafragma. Maar wat betekent F1.4 nou precies? In het vak 'F-getalberekeningen' staan meer technische gegevens, maar voor een praktisch begrip is het voldoende te weten dat kleinere F-getallen corresponderen met grotere diafragma's en dat F1.4 ongeveer het grootste maximumdiafragma is dat u op algemene lenzen zult tegenkomen. Lenzen met een maximumdiafragma van F1.4, F2 of F2.8 worden gezien als 'snel' en 'licht'.

De standaard F-getallen die u gebruikt op lenzen zijn van grote naar kleine diafragma’s: 1.4, 2, 2.8, 4, 5.6, 8, 11, 16, 22 en soms 32 (voor de wiskundigen onder u: dit zijn allemaal machten van de vierkantswortel van 2). Dat zijn de hele stops, maar u ziet ook gedeeltelijke stops die overeenkomen met een halve of een derde stop. Door het diafragma met één hele stop te vergroten, wordt de hoeveelheid licht die door de lens kan passeren, verdubbeld. Door het diafragma met één stop te verkleinen, wordt de hoeveelheid licht die de sensor kan bereiken, gehalveerd.

[1] Effectief diafragma (grootte van de intreepupil) [2] Diafragma [3] Brandpuntsafstand Let op: De waarden van het diafragma en de brandpuntsafstanden in de illustratie zijn bij benadering.

Diafragma en scherptediepte

'Scherptediepte' verwijst naar het bereik van de afstanden vanaf de camera binnen de gefotografeerde onderwerpen die redelijk scherp lijken.

In extreme voorbeelden van kleine scherptediepte, is het gebied dat scherp is misschien maar een paar millimeter. De andere kant van het spectrum zijn bijvoorbeeld landschapsfoto's die een zeer groot scherp bereik hebben waarbij alles tussen de camera en vele kilometers verder scherp is. Het regelen van de scherptediepte is een van de meest nuttige technieken die u ter beschikking staan in creatieve fotografie.

Het komt erop neer dat grotere diafragma's een kleinere scherptediepte produceren. Als u een portret wilt maken met een onscherpe achtergrond, zet u het diafragma dus open. Maar er komen ook andere factoren bij kijken. Lensen met langere brandpuntsafstanden kunnen een kleine scherptediepte creëren (deels omdat bijvoorbeeld een diafragma van F1.4 op een 85-mm lens een stuk groter is dan een diafragma van F1.4 op een 24-mm groothoeklens), en ook de afstand tussen onderwerpen in het beeld heeft effect op de beleving van scherptediepte.

Diafragma (links naar rechts): Open (groot) naar Dicht (klein) Scherptediepte (links naar rechts): klein naar groot

Drie belangrijke factoren voor effectieve onscherpte

- Tip voor het fotograferen -

Er komt meer kijken bij foto’s maken met prachtig onscherpe achtergronden dan gewoon een lichtgevoelige lens kiezen en het diafragma helemaal openzetten. Dat is de eerste factor, maar soms produceert een groot diafragma alleen niet de gewenste resultaten. De tweede factor is de afstand tussen uw onderwerp en de achtergrond. Als het onderwerp erg dicht bij de achtergrond staat, kan de achtergrond binnen het scherptedieptebereik vallen, of zo dichtbij zijn dat de hoeveelheid onscherpte niet voldoende is. Houd waar mogelijk voldoende afstand tussen uw onderwerp en de achtergrond die u onscherp wilt hebben. De derde factor is de brandpuntsafstand van de lens die u gebruikt. Zoals hierboven gezegd, is het eenvoudiger om een kleine dieptescherpte te krijgen met lenzen met langere brandpuntsafstanden. Maak dus gebruik van die eigenschap. Veel fotografen vinden dat brandpuntsafstanden tussen 75 mm en 100 mm ideaal zijn voor portretten met mooie onscherpe achtergronden.