Essentiële instellingen voor het opnemen van films

    Deze aanbevolen instellingen helpen u bij het voorbereiden van filmopnamen op digitale α-camera's met verwisselbare lens. Raadpleeg deze informatie wanneer u voor de eerste keer films opneemt met uw α-camera.
    We leggen hier tevens uit wat de reden voor elke instelling is. Er zijn ook andere instellingen beschikbaar die passen bij uw voorkeuren of de scène die u opneemt. Verken de mogelijkheden om uw favoriete instellingswaarden te vinden.

    Instelling Aanbevolen waarde
    Bestandsindeling XAVC S HD
    Opname-instelling 30p 50M
    Shutter Speed 1/60 s
    Belichting/ISO ISO AUTO
    Diafragma (F-getal) Zo laag mogelijk
    Witbalans (WB) AWB (indien nodig wijzigen)

    Resolutie

    Besluit ten eerste welke resolutie u wilt gebruiken.
    Selecteer in MENU Bestandsindeling en kies 4K (3840×2160) of HD (1920×1080). Met een vier keer hogere resolutie dan HD biedt 4K een indrukwekkende beeldkwaliteit, maar omdat de hoeveelheid gegevens ook vier keer hoger is, is er minder tijd beschikbaar om op te nemen naar een geheugenkaart en is het voor computers zwaarder om deze bestanden te bewerken. Als beginner kunt u overwegen uw eerste films op te nemen in HD-resolutie. Deze resolutie is eenvoudiger te gebruiken, maar biedt toch een goede beeldkwaliteit.

    Opmerking: De ILCE-1 biedt ook een resolutie van 8K (7680×4320).

    Framesnelheid

    Kies vervolgens een framesnelheid in Opname-instellingen.
    De framesnelheid, ofwel het aantal foto's dat wordt weergegeven per seconde aan video, kan in het scherm met camera-instellingen worden ingesteld op 24p, 30p, 60p, 120p of andere opties (afhankelijk van het model).
    Hoe hoger de waarde, hoe meer frames in een bepaalde tijd worden weergegeven, dus hoe vloeiender de weergave zal zijn. Kies de gewenste framesnelheid die past bij hoe de film eruit moet zien.
    120p is een goede keuze voor films om naderhand op de computer een vloeiendere slow-motionvideo te maken (waarbij 24p tot vijf keer langzamer is dan de normale snelheid).

    Enkele aanbevolen waarden

    • Beginners die hun eerste films opnemen, kunnen wellicht het beste beginnen met 30p of 60p. Dit komt overeen met de gebruikelijke tv-framesnelheden. Neem op met 60p en u kunt slow motion tot twee keer zo langzaam maken als normale snelheid, zonder dat de video schokkerig is nadat u deze hebt bewerkt op een computer en hebt geëxporteerd als 24p of 30p.
    • Als u uw video's liever niet wilt bewerken, maar wel wilt dat ze tijdens het afspelen een bioscoopkwaliteit hebben, kunt u opnemen met de standaard framesnelheid voor films van 24p.
    • Als u wilt opnemen voor een bioscoopervaring en tegelijkertijd wilt kunnen profiteren van maximale vrijheid bij het bewerken, gebruikt u 60p. Bij het bewerken kunt u hiermee ook slow motion maken die tot 2,5 keer langzamer is dan de normale snelheid door 24p te kiezen.

    Shutter speed (Sluitertijd)

    Als u eenmaal een framesnelheid hebt gekozen, stelt u de sluitertijd in. Kies als richtlijn een sluitertijd die, uitgedrukt in seconden als een breuk, 1 gedeeld door een noemer is die gelijk is aan het dubbele van de framesnelheid. Voor een framesnelheid van 30p zou dit een sluitertijd van 1/60 seconde zijn. Let er wel op dat voor 60p en 24p de overeenkomende framesnelheid 1/120 seconde en 1/48 seconde zou zijn. Omdat camera's deze instellingen echter niet bieden, kiest u de dichtstbijzijnde beschikbare sluitertijd. Als u binnenshuis opnamen maakt, moet u ook rekening houden met flikkerende lichtbronnen.

    Framesnelheid Sluitertijd
    30p 1/60 s
    60p 1/125 s
    24p 1/50 s
    Opmerking: Instellingen die flikkerende binnenverlichting tegengaan
    • 50 Hz: 1/50 s of 1/100 s
    • 60 Hz: 1/60 s of 1/125 s

    Diafragma en ISO-gevoeligheid

    Nadat u de framesnelheid en sluitertijd hebt ingesteld, stelt u het diafragma (f-getal) en de ISO-gevoeligheid in.
    Hoewel de optimale diafragma-instellingen ook per lens verschillen, geven veel mensen er de voorkeur aan de achtergrond onscherp te maken door een instelling te kiezen die dicht bij het maximale diafragma ligt. Omdat uw films echter te helder zullen zijn als u buiten bij daglicht opneemt, kunt u in dergelijke situaties overwegen om een ND-filter te gebruiken om de hoeveelheid licht die in de camera valt, aan te passen.
    Wat de ISO-gevoeligheid betreft, zullen lagere waarden u helpen beeldruis te beperken die vaak optreedt bij hogere ISO-gevoeligheden. Voor de eerste filmopname kunt u natuurlijk ook AUTO proberen.

    White balance (Witbalans)

    Warm, geelachtig beeld onder een gloeilamp
    Scènes zien er warm uit onder een gloeilamp.
    Koel, blauwachtig beeld onder zonlicht
    Onder zonlicht zien scènes er koel uit.

    Onderwerpen in uw films worden beïnvloed door de verschillende lichtsoorten en -kenmerken. Witbalansinstellingen compenseren ongewenste effecten van licht in de opnameomgeving, zodat witte gebieden wit lijken. Beginners kunnen het beste beginnen met de automatische witbalans (AWB).

    Opmerking: Als u de camera instelt op automatische witbalans (AWB), wordt de witbalans automatisch aangepast aan de lichtomstandigheden. De camera reageert op veranderingen, zoals het passeren van wolken of het voortzetten van een opname binnenshuis. Hoewel dit handig is, kunnen kleuren tussen scènes onderling verschillen, wat onaangenaam over kan komen wanneer scènes tijdens het bewerken worden gecombineerd. Om dit te voorkomen moet u de witbalans aanpassen aan de huidige scène of situatie.