Werkt de automatische scherpstelling in de modus Continu-opnamen of Continue scherpstelling met snelheidsprioriteit?
Als de modus voor automatische scherpstelling is ingesteld op AF-A of AF-C kunt u mogelijk de scherpstelling aanpassen in de modus Continuous Shooting (Continu-opnamen). Afhankelijk van de camera en het objectief kunnen er echter beperkingen van toepassing zijn. Lees dit artikel voor meer informatie.
Opmerking: Werk de camera, het objectief of de bevestigingsadapter bij naar de nieuwste versie van de systeemsoftware (firmware) voordat u begint.
Beschikbaarheid van automatische scherpstelling bij continu-opnamen (1)
| Instelling automatische scherpstelmodus | Snelle, hybride AF met compatibele lens | Snelle, hybride AF met niet-compatibele lens | Bevestig de adapter met BEHULP van LA-EA1 | Bevestig de adapter met behulp van LA-EA3, LA-EA5 | Bevestig de adapter met behulp van LA-EA2, LA-EA4 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ILCE-1 | AF-C | Ja *17 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *17 | Nee |
| ILCE-1M2 | AF-C | Ja *17 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *17 | Nee |
| ILCE-9 | AF-C | Ja *10 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *14 | Ja *2 |
| ILCE-9M2 | AF-C | Ja *10 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *14 | Ja *2 |
| ILCE-9M3 | AF-A of AF-C | Ja *18 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *19 | Nee |
| ILCE-7RM2 | AF-A of AF-C | Ja *1 | Ja *2 | Ja *3 | Ja *3 | Ja *2 |
| ILCE-7RM3 | AF-A of AF-C | Ja *1 | Ja *2 | Ja *3 | Ja *3 | Ja *2 |
| ILCE-7RM3A | AF-A of AF-C | Ja *1 | Ja *2 | Ja *3 | Ja *3 | Ja *2 |
| ILCE-7RM4 | AF-A of AF-C | Ja *13 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *6 | Ja *2 |
| ILCE-7RM4A | AF-A of AF-C | Ja *13 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *6 | Ja *2 |
| ILCE-7RM5 | AF-A of AF-C | Ja *15 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *16 | Nee |
| ILCE-7SM3 | AF-C | Ja *13 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 | Nee |
| ILCE-7 | AF-C | Ja *4 | Ja *5 | Nee | Nee | Ja *5 |
| ILCE-7M2 | AF-C | Ja *1 | Ja *2 | Ja *3 *8 | Ja *3 *8 | Ja *2 |
| ILCE-7M3 | AF-A of AF-C | Ja *1 | Ja *2 | Ja *3 | Ja *3 | Ja *2 |
| ILCE-7M4 | AF-A of AF-C | Ja *15 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *16 | Nee |
| ILCE-7M5 | AF-A of AF-C | Ja *20 | Ja *2 | Nee | Ja *20 | Nee |
| ILCE-7CR | AF-A of AF-C | Ja *15 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *16 | Nee |
| ILCE-7CM2 | AF-A of AF-C | Ja *15 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *16 | Nee |
| ILCE-7C | AF-A of AF-C | Ja *13 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 |
| ZV-E1 | AF-A of AF-C | Ja *13 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *9 | Nee |
| ILCE-5100 | AF-A of AF-C | Ja *6 | Ja *2 | Nee | Nee | Ja *2 |
| ILCE-6000 | AF-A of AF-C | Ja *6 | Ja *2 | Nee | Nee | Ja *2 |
| ILCE-6100 | AF-A of AF-C | Ja *13 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 |
| ILCE-6100A | AF-A of AF-C | Ja *13 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 |
| ILCE-6300 | AF-A of AF-C | Ja *9 | Ja *2 | Ja *3 | Ja *3 | Ja *2 |
| ILCE-6400 | AF-A of AF-C | Ja *13 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 |
| ILCE-6400A | AF-A of AF-C | Ja *13 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 |
| ILCE-6500 | AF-A of AF-C | Ja *9 | Ja *2 | Ja *3 | Ja *3 | Ja *2 |
| ILCE-6600 | AF-A of AF-C | Ja *13 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *6 | Ja *2 |
| ILCE-6700 | AF-A of AF-C | Ja *15 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *16 | Nee |
| ZV-E10 | AF-A of AF-C | Ja *13 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 |
| ZV-E10M2 | AF-A of AF-C | Ja *15 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *15 | Ja *2 |
| NEX-5R | AF-C | Ja *7 | Ja *5 | Nee | Nee | Ja *5 |
| NEX-5T | AF-C | Ja *7 | Ja *5 | Nee | Nee | Ja *5 |
| NEX-6 | AF-C | Ja *7 | Ja *5 | Nee | Nee | Ja *5 |
| ILME-FX2 | AF-C | Ja *15 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 | Nee |
| ILME-FX3 | AF-C | Ja *13 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *2 | Nee |
| ILX-LR1 | AF-A of AF-C | Ja *15 | Ja *2 | Ja *2 | Ja *16 | Nee |
Beschikbaarheid van automatische scherpstelling bij continu-opnamen (2)
| Instelling automatische scherpstelmodus | Contrast-AF | Bevestig de adapter met behulp van LA-EA1, LA-EA3, LA-EA5 | Bevestig de adapter met behulp van LA-EA2, LA-EA4 | |
|---|---|---|---|---|
| ILCE-7R | AF-C | Ja *5 | Nee | Ja *5 |
| ILCE-7SM2 | AF-C | Ja *5 | Nee | Ja *5 |
| ILCE-7S | AF-C | Ja *5 | Nee | Ja *5 |
| ILCE-3000 | AF-C | Ja *5 | Nee | Ja *5 |
| ILCE-3500 | AF-C | Ja *5 | Nee | Ja *5 |
| ILCE-5000 | AF-C | Ja *5 | Nee | Ja *5 |
| NEX-3 | AF-C | Ja *5 | Nee | Ja *5 *12 |
| NEX-3N | AF-C | Ja *5 | Nee | Ja *5 |
| NEX-5 | AF-C | Ja *5 | Nee | Ja *5 *12 |
| NEX-7 | AF-C | Ja *5 | Nee | Ja *5 |
| NEX-C3 | AF-C | Ja *5 | Nee | Ja *5 *11 |
| NEX-F3 | AF-C | Ja *5 | Nee | Ja *5 |
Beschikbaarheid van automatische scherpstelling bij continu-opnamen (3)
| Instelling automatische scherpstelmodus | Compatibiliteit | |
|---|---|---|
| DSC-RX1RM3 | AF-A of AF-C | Ja *1 |
| DSC-RX10M4 | AF-A of AF-C | Ja *1 |
| DSC-RX100M5 | AF-A of AF-C | Ja *1 |
| DSC-RX100M5A | AF-A of AF-C | Ja *1 |
| DSC-RX100M6 | AF-A of AF-C | Ja *1 |
| DSC-RX100M7 | AF-A of AF-C | Ja *1 |
| DSC-RX100M7A | AF-A of AF-C | Ja *1 |
| ZV-1M2 | AF-A of AF-C | Ja *1 |
| ZV-1 | AF-A of AF-C | Ja *1 |
| ZV-1A | AF-A of AF-C | Ja *1 |
Opmerkingen
- *1 In de volgende gevallen kan AF niet worden gevolgd in de modus Continu-opnamen:
- Als het onderwerp zich buiten bereik van de AF-sensor met fasedetectie bevindt.
- Wanneer u opnamen maakt in een donkere omgeving.
- Wanneer u een onderwerp zonder contrast vastlegt, zoals een blauwe lucht of een witte muur.
- Als de diafragmawaarde groter is dan F8 of, voor de ILCE-7M3, als de diafragmawaarde groter is dan F11.
- *2 Alleen compatibel met Continu-opnamenLaag.
- *3 Alleen compatibel met Continu-opnamen Laag.
- Opmerking: U dient Autofocus met fasedetectie voor AF-systeem in te stellen vanuit het aangepaste menu.
- *4 In de volgende gevallen kan AF niet worden gevolgd in Continu-opnamen met snelheidsprioriteit:
- Als het onderwerp zich buiten bereik van de sensor voor autofocus met fasedetectie bevindt.
- Wanneer u opnamen maakt in een donkere omgeving.
- Wanneer u een onderwerp zonder contrast vastlegt, zoals een blauwe lucht of een witte muur.
- Als de diafragmawaarde groter is dan F8.
- *5 Alleen compatibel met Continu-opnamen. (U kunt dan niet meer scherpstellen in Continu-opnamen met snelheidsprioriteit.)
- *6 AF wordt mogelijk niet gevolgd wanneer u een onderwerp zonder contrast vastlegt, zoals een blauwe lucht of een witte muur, of wanneer u opnamen maakt in een donkere omgeving. U kunt in de volgende gevallen niet meer scherpstellen bij Midden / Hoog. Selecteer in deze gevallen de instelling Laag.
- Als het onderwerp zich buiten bereik van de sensor voor autofocus met fasedetectie bevindt.
- Als de diafragmawaarde groter is dan F11.
- Wanneer de systeemsoftware van de LA-EA3 versie 01 is.
- *7 In de volgende gevallen kan AF niet worden gevolgd in Continu-opnamen met snelheidsprioriteit:
- Als het onderwerp zich buiten bereik van de sensor voor autofocus met fasedetectie bevindt.
- Wanneer u opnamen maakt in een donkere omgeving.
- Als de diafragmawaarde groter is dan F6.3.
- *8 Softwareversie 2.0 of hoger is vereist.
- *9 AF wordt mogelijk niet gevolgd wanneer u een onderwerp met weinig contrast vastlegt, zoals een blauwe lucht of een witte muur, of wanneer u opnamen maakt in een donkere omgeving. U kunt in de volgende gevallen niet meer scherpstellen bij Midden / Hoog / Hoog+. Selecteer in deze gevallen de instelling Laag.
- Als het onderwerp zich buiten bereik van de sensor voor autofocus met fasedetectie bevindt.
- Als de diafragmawaarde groter is dan F11.
- Wanneer de systeemsoftware van de LA-EA3 versie 01 is.
- *10 AF kan niet worden gevolgd wanneer u opnamen maakt in een donkere omgeving. U kunt in de volgende gevallen niet meer scherpstellen.
- Als het onderwerp zich buiten bereik van de sensor voor autofocus met fasedetectie bevindt.
- Als de diafragmawaarde groter is dan F16.
- *11 Softwareversie 02 of hoger is vereist.
- *12 Softwareversie 05 of hoger is vereist.
- *13 De camera kan mogelijk niet scherpstellen op een onderwerp met AF tijdens continu-opnamen in de volgende situaties:
- Als het onderwerp zich buiten het gebied van de Autofocus met fasedetectie sensor bevindt.
- Bij opnamen in een donkere omgeving.
- Wanneer het contrast van het onderwerp laag is, zoals een blauwe lucht of een witte muur.
- Als de diafragmawaarde groter is dan F11.
- *14 AF wordt mogelijk niet gevolgd wanneer u een onderwerp met weinig contrast vastlegt, zoals een blauwe lucht of een witte muur, of wanneer u opnamen maakt in een donkere omgeving. U kunt in de volgende gevallen niet meer scherpstellen bij Midden / Hoog. Selecteer in deze gevallen de instelling Lo (Laag).
- Als het onderwerp zich buiten bereik van de sensor voor autofocus met fasedetectie bevindt.
- Als de F-waarde groter is dan F16.
- Wanneer de systeemsoftware van de LA-EA3 versie 01 is.
- Wanneer het contrast van het onderwerp laag is, zoals een blauwe lucht of een witte muur.
- *15De camera kan mogelijk niet scherpstellen op een onderwerp met AF tijdens continu-opnamen in de volgende situaties:
- Als het onderwerp zich buiten het gebied van de Autofocus met fasedetectie sensor bevindt.
- Bij opnamen in een donkere omgeving.
- Wanneer het contrast van het onderwerp laag is, zoals een blauwe lucht of een witte muur.
- Als de diafragmawaarde groter is dan F22, wordt de scherpstelling ingesteld op de positie die tijdens de eerste opname is bepaald, als continu-opnamen is ingesteld op Continu-opnamen: Hi+ / Continu-opnamen: Hi / Continu-opnamen: Mid.
- *16 AF wordt mogelijk niet gevolgd wanneer u een onderwerp met weinig contrast vastlegt, zoals een blauwe lucht of een witte muur, of wanneer u opnamen maakt in een donkere omgeving. U kunt in de volgende gevallen niet meer scherpstellen bij Hoog+ / Hoog / Midden. Stel in dat geval Lo (Laag) in.
- Als het onderwerp zich buiten het gebied van de Autofocus met fasedetectie sensor bevindt.
- Als de F-waarde groter is dan F22.
- Wanneer de systeemsoftware van de LA-EA3 versie 01 is.
- *17 AF wordt mogelijk niet gevolgd wanneer u een onderwerp met weinig contrast vastlegt, zoals een blauwe lucht of een witte muur, of wanneer u opnamen maakt in een donkere omgeving. U kunt alleen in Laag blijven scherpstellen (Sluitertype: Mechanische sluiter) in de volgende gevallen.
- Als het onderwerp zich buiten het gebied van de Autofocus met fasedetectie sensor bevindt.
- Als de F-waarde groter is dan F22.
- Wanneer de systeemsoftware van de LA-EA3 versie 01 is.
- *18 In de volgende gevallen kan AF niet worden gevolgd in de modus Continu-opnamen:
- Als het onderwerp zich buiten het gebied van de Autofocus met fasedetectie sensor bevindt.
- Bij opnamen in een donkere omgeving.
- Wanneer het contrast van het onderwerp laag is, zoals een blauwe lucht of een witte muur.
- Wanneer Diafragma-aandrijving in AF is ingesteld op Standaard of Stilteprioriteit en de F-waarde groter is dan F22.
- Wanneer Diafragma-aandrijving in AF is ingesteld op Focus Priority, is de F-waarde groter dan F22en is de snelheid van continu-opnamen 120 beelden/s of 60 beelden/s.
- *19 In de volgende gevallen kan AF niet worden gevolgd in de modus Continu-opnamen:
- Als het onderwerp zich buiten het gebied van de Autofocus met fasedetectie sensor bevindt.
- Bij opnamen in een donkere omgeving.
- Wanneer het contrast van het onderwerp laag is, zoals een blauwe lucht of een witte muur.
- Wanneer de systeemsoftware van de LA-EA3 versie 01 is.
- Als continu-opnamen zijn ingesteld op Hi+ / Hi en Single-Shot AF / DMF / Handmatige scherpstelling is geselecteerd, bepaalt de eerste opname de scherpstelling. Wanneer de camera is ingesteld op Continuous AF, kunt u continu-opnamen maken met AF-tracking met een maximumsnelheid van 10 opnamen/s.
- *20 In de volgende gevallen kan AF niet worden gevolgd in de modus Continu-opnamen:
- Als het onderwerp zich buiten het gebied van de Autofocus met fasedetectie sensor bevindt.
- Bij opnamen in een donkere omgeving.
- Wanneer het contrast van het onderwerp laag is, zoals een blauwe lucht of een witte muur.
- Als de diafragmawaarde groter is dan F22, wordt de scherpstelling vastgezet op de positie die tijdens de eerste opname is bepaald.