Voorzorgsmaatregelen bij het bijwerken van versie 1.01 of eerder

  • Na het bijwerken naar deze versie worden de camera-instellingen gereset naar de standaardwaarden.
    Opmerking: Omdat deze update functies toevoegt en grote wijzigingen in de specificaties aanbrengt, worden de camera-instellingen geïnitialiseerd als onderdeel van het updateproces. Het is raadzaam om alle camera-instellingen te noteren voordat u verdergaat. Zelfs als u de instellingen hebt opgeslagen met een van de beschikbare opslagfuncties (zoals Save/Load Settings (Instellingen opslaan/laden) en Save/Load FTP Settings (FTP-instellingen opslaan/laden)), kunnen de instellingen van vóór versie 1.01 niet door de camera worden gelezen na de upgrade naar versie2.00.
  • Met de toevoeging van de opnamemodus met logfunctie zijn de beeldprofielen aangepast en is de gamma-instelling S-Log2 niet meer beschikbaar. Na de update moet u de gamma-instelling S-Log3 gebruiken.
  • U kunt gemakkelijker verbinding maken met de Imaging Edge Mobile-app. Nadat u de app met de camera hebt gekoppeld, kunt u afbeeldingen overbrengen en op afstand opnamen maken met de app. Raadpleeg Pairing the camera with a smartphone (Smartphone Regist.) (De camera koppelen met een smartphone (smartphoneregistratie)) in de Helpgids voor meer informatie. Daarnaast is functie NFC One-Touch verbinding die tot versie 1.01 van de camera is gebruikt, niet langer beschikbaar.
    Opmerking: U moet ook de Imaging Edge Mobile-app bijwerken naar versie 7.7 of hoger en na de update de camera registreren als nieuwe camera.

Houd rekening met deze punten voordat u de update installeert.

Windows

Mac