Geluid van de voorkant (kanaal 1) en de achterkant (kanaal 2) van de unit worden met gelijke gevoeligheid en in aparte kanalen opgenomen, terwijl geluid van links en rechts wordt onderdrukt. In de superdirectionele modus kan na de video-opname het afzonderlijke volume van het geluid van de voorkant en van de achterkant afzonderlijk worden aangepast, zodat je tijdens het bewerken de perfecte balans kunt aanbrengen tussen het geluid voor en achter de camera.