Artikel-ID : 00072994 / Laatst gewijzigd : 12-07-2018

De foto's zijn wazig of onscherp

Foto's zijn wazig

    Foto's kunnen soms wazig of onscherp zijn als:

    • het onderwerp zich te dicht bij de cameralens bevindt, waardoor de camera moeilijk kan scherpstellen
    • de foto's worden gemaakt in een omgeving met weinig licht
    • u foto's maakt van een bewegend onderwerp
    • de camera beweegt
    • de camera niet goed is ingesteld
    • de camera niet goed wordt bediend

    Volg de stappen hieronder om te helpen voorkomen dat u foto's maakt die wazig, onscherp of vervormd lijken.

    OPMERKING: Als modelspecifieke informatie vereist is om een van de stappen van deze oplossing uit te voeren, raadpleegt u de bedieningsinstructies van het product.

    1. Heeft de camera zowel een stand voor automatische scherpstelling als een stand voor handmatige scherpstelling, zorg er dan voor dat de camera op automatische scherpstelling wordt ingesteld.
    2. Zorg dat er voldoende licht is voor de camera om op het onderwerp te kunnen scherpstellen.
    3. Controleer of de instellingen van de camera juist zijn.
      1. Maakt u close-up- of macro-opnamen, zorg er dan voor dat het onderwerp niet dichterbij is dan de minimale scherpstelafstand van de lens. Verder stelt u de zoomoptie, als de camera die heeft, in op positie W (groothoek).
      2. Als uw onderwerp snel beweegt en de camera beschikt over een Program AE-stand (Programma voor automatische belichting) met een kortere sluitertijd (voor bijvoorbeeld sport of actie) zorgt u dat deze stand is ingeschakeld. Verder stelt u de ISO-regeling, als de camera die heeft, in op een hogere instelling.
      3. Als uw camera een SteadyShot-functie of een functie tegen wazigheid heeft, zorgt u dat deze is ingeschakeld.
    4. Richt de camera met vaste hand op het onderwerp.
    5. Druk de sluiterknop half in.

      OPMERKINGEN:

      • Door de sluiterknop half in te drukken, kan de camera automatisch scherpstellen. Op het lcd-scherm of in de zoeker is een knipperend groen lampje zichtbaar. Wanneer het lampje stopt met knipperen, is het scherpstellen voltooid en is de camera klaar om de foto te maken.
      • Bij sommige cameramodellen kan een instelling Monitoring AF (Bewakings-AF) worden geselecteerd, waarmee de camera kan scherpstellen zonder dat de knop half moet worden ingedrukt. Raadpleeg de handleiding van de camera om te weten te komen of dit op uw model van toepassing is.
    6. Druk de sluiterknop helemaal in om de foto te maken.

      BELANGRIJK: Beweeg de camera niet, stoot niet tegen de camera en schudt de camera niet terwijl u de foto maakt.

    7. Controleer de foto.

    8. Als het probleem zich nog steeds voordoet, probeert u de camera op een statief te plaatsen om onbedoelde camerabeweging nog verder te verminderen.

    Als de camera wazige foto's blijft maken, reset u de camera terug naar de fabrieksinstellingen  en voert u de volgende test uit:

    • Stel de camera in op Auto Mode (Automatische stand)

    Automatische stand DSC

    • Maak een proefopname van een voorwerp op 1 meter afstand van de camera, in een lichte omgeving en met de zoom ingesteld op groothoek (W)

    Proefopname DSC

    Lukt scherpstellen nog steeds niet? Als het probleem nog niet is opgelost, moet uw camera mogelijk worden gerepareerd. Als u denkt dat dit het geval is, kunt u contact met ons opnemen voor meer hulp.