Fotografietips > Beweging vastleggen op de foto

    LES 12Beweging vastleggen op de foto

    Brandpuntsafstand: 180 mm / F-getal: 5,0 / sluitertijd: 1/4000 sec.

    In dit hoofdstuk leer je een aantal technieken om bewegende onderwerpen te fotograferen, bijvoorbeeld sportscènes of treinen, en foto's te maken die aanwezigheid en dynamiek uitstralen. De camera's uit de α-serie hebben verschillende functies voor het fotograferen van bewegende onderwerpen. Probeer allereerst de volgende tips.

    Beweging bevriezen in het moment

    Als je de beweging van het onderwerp wilt bevriezen om dat moment vast te leggen als indrukwekkende beste foto, moet je fotograferen met een snellere sluitertijd. Je kunt de sluitertijd naar wens instellen in de S-modus, maar activeer wel eerst de modus Sport in Scèneselectie (opnamemodus).
    In de modus Sport kun je een foto maken waarin de beweging van het onderwerp bevroren lijkt. Met snellere sluitertijden en AF-bediening om de beweging van de onderwerpen te blijven volgen, kun je met deze modus bewegende onderwerpen vastleggen. Omdat de modus voor continue reeksopnamen met deze instelling automatisch wordt geactiveerd, is het gemakkelijker om het beste moment van de scène vast te leggen. De continu-opname stopt op het moment dat je de sluiterknop loslaat nadat deze helemaal is ingedrukt. Zorg er dus voor dat je sluiterknop ingedrukt houdt gedurende de hele scène die je wilt vastleggen.

    1/800 sec. 1/800 sec.

    Om de bovenstaande voorbeelden te fotograferen, heeft de fotograaf de ontspanknop ingedrukt gehouden terwijl de hond aan het rennen was. De twee foto's hierboven zijn de beste shots van de continu-opnamen. Als de sluitertijd wordt ingesteld op 1/800 seconde, lijkt het alsof het onderwerp midden in de beweging tot stilstand komt.

    Aangezien de modus Sport in Scèneselectie één van de automatische opnamemodi is, is het niet mogelijk om de instellingen voor helderheid en kleur te wijzigen. Als je de functies wilt gebruiken waarmee je kleur en helderheid kunt wijzigen, zoals belichtingscompensatie en witbalans, moet je de S-modus activeren. In de S-modus moet je de modus voor automatische scherpstelling instellen op AF-C (Continue AF) en de transportmodus op Continu fotograferen, zodat je bewegende onderwerpen continu kunt fotograferen.

    De compositie bepalen

    Als je eenmaal gewend bent aan continu fotograferen, kun je aandacht gaan besteden aan de compositie. Meer hierover lees je in ‘1. Indrukwekkende portretten maken waar de mens centraal staat’ en ‘9. Kleine onderwerpen een grote rol laten spelen.’ Een veelgebruikte evenwichtige compositie is de compositie op basis van de 'regel van drie’. Voor scènes die de dynamiek van het moment moeten overbrengen, wordt ook een compositie met het onderwerp in het midden van het kader aanbevolen. Deze compositie is doeltreffend om de kracht en het thema van het onderwerp duidelijk tot uitdrukking te laten komen. Wanneer je sportevenementen fotografeert, kun je de foto een indrukwekkende kracht en aanwezigheid geven door het hoofdonderwerp in beweging in close-up midden in het kader vast te leggen.

    Brandpuntsafstand: 300 mm / F-getal: 5,6 / sluitertijd: 1/2500 sec.

    In deze voorbeelden werd de compositie met het onderwerp in het midden van het kader gebruikt. Door op het onderwerp in te zoomen met een telelens, laten de foto's de kracht en dynamiek van het onderwerp zien. Het onderwerp staat bovendien midden in het kader en is daardoor gemakkelijker scherp te stellen.

    Wanneer je bewegende onderwerpen fotografeert, kan de situatie van het ene op het andere moment volledig veranderen, in tegenstelling tot bij het fotograferen van stille landschappen. Het belangrijkste is dus om geen enkele kans te missen en zo veel mogelijk foto's te maken. Zorg er daarom voor dat je eerst gewend raakt aan het maken van continu-opnamen en betrek de compositie er pas bij als je wat meer ervaren bent. Je kunt de compositie van foto's ook instellen door ze thuis op de computer bij te snijden.

    Brandpuntsafstand: 70 mm / F-getal: 5,6 / sluitertijd: 1/400 sec.

    Telelenzen gebruiken

    In sportscènes zoals hierboven is het inzoomen op het onderwerp doeltreffend om de dynamiek van de beweging over te brengen. Vooral in een omgeving waarin je vanaf een afstand moet fotograferen, zijn telelenzen noodzakelijk. Telelenzen worden ten zeerste aanbevolen voor mensen die vaak sportwedstrijden, vogels en dieren fotograferen.

    Brandpuntsafstand: 300 mm / F-getal: 7,1 / sluitertijd: 1/1600 sec.

    SAL70300G

    Deze lens uit de G-serie biedt een aantrekkelijke combinatie van een uitgebreid zoombereik plus een uitstekende beeldkwaliteit. Een ED-lenselement zorgt voor een uitzonderlijk lage aberratie tot aan de maximale brandpuntsafstand van 300 mm, waardoor je foto's een indrukwekkende helderheid en diepte te zien geven. SSM (Super Sonic wave Motor) zorgt voor snelle, stille automatische scherpstelling, terwijl het bereik van de scherpstelvergrendeling en scherpstelbegrenzing zorgt voor precisie bij het scherpstellen. Omdat wel tot op 1,2 meter kan worden scherpgesteld, kun je met deze telelens ook dichterbij komen om mensen te fotograferen of close-ups te maken.

    Brandpuntsafstand: 208 mm / F-getal: 6,3 / sluitertijd: 1/320 sec.

    SEL55210

    Met deze zoomlens met een zoombereik van 3,8x kun je van een brandpuntsafstand van 55 mm tot een brandpuntsafstand van 210 mm gaan met steeds uitmuntende optische prestaties in het hele bereik. Beeldstabilisatie met Optical SteadyShot zorgt voor haarscherpe stabiele foto's en films in omstandigheden met weinig licht of bij het inzoomen op onderwerpen in de verte. Bovendien zorgen de ingebouwde scherpstelling en scherpstelmotor voor een vloeiende en stille automatische scherpstelling waarmee je prachtige video's kunt maken.