“Je zwijgt, wilt geen geluid meer maken, komt helemaal tot rust. Een soort stilzwijgende eerbied voor en bewondering van de schoonheid van de natuur,” aldus Tolis Fragoudis, over de verborgen ijsgrotten van de Zwitserse Roseggletsjer die hij de afgelopen jaren heeft verkend en gefotografeerd.
De tocht naar de ijsgrotten nam drie uur in beslag en leidde Tolis door diepe sneeuw en over een bevroren meer, met temperaturen die diep in de vallei daalden tot -25 ºC. “Het kostte de nodige moeite om er te komen,” lacht Tolis. “We hadden sneeuwschoenen en een slee voor de apparatuur, aangezien ik het niet red met één camera en één lens!” Omdat hij zowel foto's als video wilde maken, nam Tolis drie camera's mee: de Alpha 7S II, Alpha 7R III en Alpha 7R II, met als lenzen de 12-24mm f/4 G, 16-35mm f/2.8 GM, 24-70mm f/2.8 GM en 70-200mm f/2.8 GM OSS. Ook gingen er een gimbal, een drone, veiligheidsmateriaal, touw en bevoorrading mee.
Gelukkig betekenen de kleinere omvang en het lagere gewicht van de Sony Alpha-camera's dat fotografen als Tolis ervoor kunnen kiezen om lichter op stap te gaan of om meer materiaal mee te nemen. “Als je deze camera's vergelijkt met DSLR's, zijn ze erg licht,” aldus Tolis. “En aangezien ik graag veel materiaal meeneem, betekent dat dat ik nu nog meer mee kan nemen! Bovendien maak ik zowel foto's als video en dus is het verwisselen van de Alpha S en R handig,” gaat hij verder. “Maar er zijn nog andere voordelen. Zo heb ik optimaal gebruik kunnen maken van de hoge resolutie en het dynamische bereik van de Alpha 7R III bij lange belichtingen in grotten en kon ik ook op donkere plekken zonder statief werken dankzij de minimale ISO-ruis van de Alpha 7S II.”
De uitdagende omstandigheden bleken geen partij voor zijn camera's. Sterker nog: het was altijd de mens die het eerst bezweek in de kou: “We hebben een spreekwoord hier in Zwitserland,” lacht hij. “Slecht weer bestaat niet. Alleen slechte kleding. Minus 20 ºC is normaal op die hoogte, maar als je je goed voorbereidt is er niks aan de hand. Accu's lopen sneller leeg, maar die kun je extra meenemen. De camera's blijven perfect werken. Het echte probleem zijn je vingers! Zodra je je bestemming hebt bereikt, is het slechts een kwestie van basistechnieken toepassen om die buitenaardse schoonheid en zinderende kleurenpracht vast te leggen, zoals goede compositie en belichting.”
“Het is absoluut een vreemde omgeving,” legt Tolis uit. “Maar zoals in elk ander landschap wil je het meeste halen uit het licht en het lijnenspel. Je moet onthouden dat je te maken hebt met water, zoals in bergmeren, en dus reageert dat anders op licht, afhankelijk van de hoek en het moment van de dag. Als je de hele dag naar het ijs zou blijven kijken, zou je steeds weer andere kleuren zien, en een palet dat verschuift van blauw naar groen.”
Om het meeste te halen uit de kleur van de donkere grotten gebruikt Tolis een langere belichting, waarbij hij vertrouwt op het weinige licht dat door het ijs schijnt of dat door de opening van de grot wordt gereflecteerd. “Ik werk alleen handmatig,” legt hij uit. “Ik gebruik vaak Neutral Density-filters om langer te kunnen belichten, en werk in Raw. Een langere belichting betekent veel meer data. Zoals je aan deze foto kunt zien, is het beeld rijker en dieper, zodat je tijdens de postproductie geweldige kleuren en tinten tevoorschijn kunt toveren. Daar houd ik tijdens het fotograferen al rekening mee: hoe ik het meeste kan halen uit deze intense omgevingen.”
“De schoonheid van dit soort plekken werkt verslavend,” aldus Tolis. “Vanwege het voortkruien van de gletsjer en het constante dooien en bevriezen is alles weer anders als je terugkeert. Echt geweldig.”
“Maar net als voor de gletsjer zelf geldt, wordt de kans om dit soort grotten te zien steeds kleiner,” besluit hij droevig. “Kort geleden heb ik geprobeerd om er weer naar de gletscher te gaan, maar het was te gevaarlijk geworden vanwege het lawinegevaar. Nou zijn lawines normaal in de Alpen, maar ze komen vaker voor vanwege de opwarming van de aarde. Over een paar jaar zijn de gletsjer, de ijsbruggen en de grotten waarschijnlijk weg en dan behoren wij tot de laatsten die ze hebben gezien. Ik prijs mezelf gelukkig.”