Als je net begint met het maken van portretten met een Sony Alpha-camera, is het een goed idee om ramen als lichtbron te gebruiken. Zo heb je geen speciale apparatuur nodig en kun je het licht aanpassen met iets simpels zoals een doek of een stuk karton.
Voor de ontwikkeling van de moderne fotografie gebruikten kunstenaars grote ramen om hun onderwerp te belichten. Veel van de methoden die zij bedachten, gelden nog steeds, van het gebruikmaken van een hoek van 45° tot het inzetten van zwarte doeken om de lichtval op het onderwerp en de achtergrond te veranderen. Dankzij de geweldige prestaties van de sensoren van Sony Alpha-camera's is het makkelijker dan ooit om prachtige portretten te maken met natuurlijk licht vanuit een raam.
De richting
De richting van het raam is belangrijk. De kunstenaars van vroeger gebruikten vaak ramen op het noorden, omdat daar nooit direct zonlicht op stond. Dit betekent dat het licht consistent zacht is, wat perfect is voor lange sessies. Het zonlicht uit het oosten komt in de ochtend uit een lage hoek en biedt een hoog contrast; later op de dag geldt dit voor het westen. Het licht van ramen op het zuiden kan erg fel zijn, zeker in de zomer. Ramen op het noorden zijn over het algemeen het beste voor zacht licht, maar schroom niet om gebruik te maken van het hoge contrast in de ochtend en aan het einde van de dag.
Verander het licht
Is het licht uit het raam te fel? Het is niet moeilijk om het zachter te maken. Een voor de hand liggende oplossing is een vitrage; misschien heb je die al. Je kunt ook een witte katoenen doek met tape aan het raam vastmaken om je raam om te toveren in een soort softbox.
Als het licht op het gezicht van je onderwerp nog steeds te fel is, kun je een reflector of een stuk wit karton gebruiken om het licht te weerkaatsen. Als je een hoger contrast wilt, kun je zwart karton of een stuk board met een zwarte doek erover gebruiken om te zorgen dat het licht minder wordt weerspiegeld op je onderwerp.
Je kunt de look van het licht op je onderwerp ook veranderen door te spelen met de afstand tot het raam. Het contrast tussen de hooglichten en schaduwen wordt groter naarmate je onderwerp dichter bij het raam is. Als je de afstand vergroot, wordt het licht zachter en het contrast lager.
Kies de juiste lens
Voor portretten worden vaak een brandpuntsafstand tussen 85 en 105 mm en een diafragma van f/2.8 of meer gebruikt. Het assortiment van Sony bevat een aantal lenzen die hier geknipt voor zijn. De high-end optie is de FE 85mm f/1.4 GM II; een goedkoper alternatief is de FE 85mm f/1.8. De FE 100mm f/2.8 STF GM OSS zorgt dankzij de Smooth Transition Focus voor een prachtige zachte bokeh en is ideaal voor portretten. Als je een compacte optie wilt, is een brandpuntsafstand van 50 mm een goede keuze: de FE 50mm f/1.8 is een hoogwaardige en budgetvriendelijke lens met hoge beeldkwaliteit.
Belichting met gezichtsprioriteit
De makkelijkste manier om je portretten perfect te belichten is om Gezichtsprioriteit in multi-meting te gebruiken. Multi-meting zorgt ervoor dat de belichting wordt afgestemd op gezichten in het frame. Je kunt deze instelling inschakelen via MENU → (Belichting/kleur) → [Lichtmeting] → [Gez.pr. multilichtm.].
Diafragma en scherptediepte
Je kunt het beste een zo groot mogelijk diafragma instellen om zo veel mogelijk licht te vangen. Stel de scherptediepte in op basis van de look die je wilt en je afstand tot het onderwerp. Als de scherptediepte niet groot genoeg is, kun je mogelijk niet goed focussen op het gehele gezicht. Ook kun je de achtergrond gebruiken om een scène te vormen en je onderwerp in context te plaatsen. In zulke gevallen moet je een kleiner diafragma gebruiken om een grotere scherptediepte te creëren.
Als je een afbeelding snel wilt belichten, kun je de modus voor diafragmaprioriteit op de camera gebruiken, de ISO op AUTO zetten en een minimale sluitertijd instellen. Ga naar MENU → (Camera-instellingen) → [ISO AUTO Min. SS] en stel de sluitertijd in op 1/60e of 1/25e seconde. Op deze manier kun je jouw onderwerpen scherp houden, zelfs als ze een beetje bewegen.
Dankzij de combinatie van gezichtsprioriteit, diafragmaprioriteit en automatische ISO kun je moeiteloos foto's nemen zonder zorgen over de belichting. Je hoeft alleen maar het diafragma te gebruiken om de scherptediepte bij te stellen.
Regisseer je onderwerp
Laat je onderwerp poseren onder een hoek van 45° ten opzichte van het licht en vraag het model om diens hoofd en lichaam te bewegen en in verschillende richtingen te kijken. Kijk goed hoe het licht op het gezicht valt en zorg ervoor op dat je het model meteen vraagt een bepaalde pose vast te houden wanneer je een foto wilt nemen. Gebruik het scherm van je Sony Alpha-camera, communiceer met het model en blijf de regie houden. Dankzij de autofocus met gezichtsherkenning kun je erop vertrouwen dat de Alpha-camera de foto goed neemt, zodat jij je kunt bezighouden met de lichtval en aanwijzingen voor het model.
Samenvatting