De Zwitserse bergen en bossen vormen het perfecte toneel voor een spannende film. In Sew Torn, de debuutfilm van regisseur Freddy Macdonald, worden hier maar liefst drie afzonderlijke verhalen ontrafeld. In Macdonalds thriller, geïnspireerd op de rauwe, landelijke films van de gebroeders Coen, raakt een naaister verstrikt in haar eigen garen nadat ze een koffertje steelt van een uit de hand gelopen drugsdeal. De filmlocatie bood evenveel uitdagingen als prachtige beelden.
Sew Torn is geselecteerd voor zowel Camerimage als het filmfestival van Locarno en is gebaseerd op een korte video van zes minuten die Macdonald maakte in samenwerking met cinematograaf Sebastian Klinger. Voor de volledige film benaderde hij Klinger opnieuw.
“Van het begin af aan had Freddy een duidelijke visie”, vertelt Klinger. “Ik wist dat het voor mij als cinematograaf een geweldige uitdaging was omdat kleur een belangrijke rol speelt in de film. De drie verhaallijnen hebben elk een eigen kleur, die we hebben benadrukt bij het productieontwerp en in het kleurverloop. Dat was een leuke opgave!”
Een belangrijke visuele inspiratie was de film Children of Men van Alfonso Cuarón. Macdonald en Klinger waren onder de indruk van het gebruik van grote hoeken, filmen zonder statief en close-ups van de personages. Klinger heeft veel ervaring met allerlei soorten filmcamera's en wist dat de krachtige en compacte Sony FX6 de nodige combinatie van beeldkwaliteit en robuuste bruikbaarheid kon bieden.
FX6: een lichte, handheld Cinema-camera
Tijdens de productie was het essentieel om snel te kunnen werken. Op sommige dagen moesten er wel 70 scenes gefilmd worden om de planning bij te houden. Hierdoor was bij het selecteren van de juiste camera bruikbaarheid even belangrijk als de beeldkwaliteit.
Als je een film wilt maken en veel zonder statief wilt werken, is de FX6 geknipt”, zegt Klinger. “De camera biedt een combinatie van filmische beeldkwaliteit en een compact ontwerp die perfect was voor een productie waarvoor ik een maand lang moest rondrennen met een camera in mijn handen.”
Klinger besloot om helemaal zonder statief te werken en geen Easyrig of andere aanvullende uitrusting te gebruiken. Hierdoor kon hij veel vrijer filmen vanuit diverse plekken en hoeken, maar daarvoor was het wel belangrijk om een lichtgewicht camera te hebben.
Snelle bewegingen met interne ND-filters en G Master-lenzen
In dit opzicht waren de ingebouwde ND-filters van de FX6 erg nuttig. Klinger had geen extern filter nodig, wat tevens bespaarde op het gewicht van de camera. Maar de meerwaarde van de interne filters lag voornamelijk in de snelheid: wanneer de lichtomstandigheden veranderden, hoefde Klinger alleen maar van filter te wisselen en verloor hij geen kostbare tijd aan het maken van ingewikkelde aanpassingen. Dit kwam goed uit, aangezien de crew niet groot was. Op sommige dagen waren er slechts 10 mensen, met Klinger als enige achter de camera. Op die dagen was de harmonie tussen de FX6 en de Sony G Master-lenzen cruciaal.
We hadden geen focus puller, dus ik heb veel gebruikgemaakt van de autofocus. Dat werkte geweldig”, zegt Klinger. “Dankzij de combinatie van de ingebouwde ND-filters, de autofocus en de G Master-zoomlenzen kon ik alles meerdere keren alleen af, zonder in te leveren op kwaliteit.”
Hoewel de productie een selectie Sony G Master-primelenzen beschikbaar had, is 70% van de film gemaakt met de FE 24-70mm f/2.8 GM II. De helft van de rest is gefilmd met de FE 16-35mm f/2.8 GM II.
Alpha 7S III: de perfecte partner voor de FX6
Klinger gebruikte de handheld FX6 voor het grootste deel van de film, maar heeft daarnaast een Sony Alpha 7S III ingezet om te bevestigen op een auto of te combineren met een gimbal. Bij de nabewerking kon hij het materiaal van deze camera's goed combineren omdat de Alpha 7S III dezelfde sensor en hetzelfde kleurenpalet heeft als de FX6. Daarnaast boden beide camera's een dynamisch bereik dat Klingers verwachtingen overtrof.
“Ik stond versteld van het dynamisch bereik”, zegt Klinger. “We filmden in diepe valleien en sprongen vaak van schaduw naar fel zonlicht, maar de beelden waren prachtig.”
Indrukwekkende inzetbaarheid en filmische kleuren
Dankzij zijn ervaring met visuele effecten kon Klinger ook dit aspect van de nabewerking op zijn vork nemen. Door de continuïteit tussen de shoot en de nabewerking kon hij de oorspronkelijke beelden waar nodig verbeteren of aanpassen – hoewel het in de praktijk vaak om minieme wijzigingen ging.
Eén onvergetelijke scène is van een stoffenzaak die ontploft en blijft branden. Bij het filmen stond Klinger aan de andere kant van de straat op slechts 10 meter afstand.
“Ik wist niet goed hoe ik die scène moest belichten. Ik had nog nooit een explosie gefilmd, en we konden het ook niet testen. Ik moest de balans vinden tussen de felle flits en het behouden van de details in de hooglichten en schaduwen. De FX6 kon het makkelijk aan, waardoor we een prachtig shot hebben zonder details te verliezen. We hebben de Alpha 7S III gebruikt om een back-up te filmen met minder belichting, maar die opname bleek onnodig te zijn.”
Voor de uiteindelijke kleurbalans hebben Klinger en Macdonald 10 dagen lang samengewerkt met ervaren colorist Simon Hardegger. Dankzij het feit dat ze hebben gefilmd in XAVC-I, konden ze makkelijk zowel kleine wijzigingen maken in de huidtinten als grotere aanpassingen maken om emotie toe te voegen en de verhaallijnen van de film te onderscheiden. De blauw-, geel- en roodtinten zorgen ervoor dat elke verhaallijn een unieke visuele sfeer heeft. Binnen 10 dagen is het ze gelukt om een 4K DCI te maken voor de première op het grote doek bij South by Southwest.
Aldus Klinger: “Met dank aan Simon heb ik nu het volledige vertrouwen dat de codecs van Sony alles bieden wat ik nodig heb om in de toekomst films te maken.”