“Het is net alsof het alleen jij en het hele universum is, recht voor je”, zegt de Deense fotograaf Mads Peter Iversen. In zijn jaren als landschapsfotograaf heeft Mads het natuurverschijnsel al vele malen aanschouwd en gefotografeerd. Toch voelt hij zich elke keer nederig en herinnert het hem eraan hoe klein onze planeet is en iedereen die erop woont.
Wanneer Mads op pad gaat met zijn Sony Alpha 7R V, is dit slechts de laatste stap van zijn proces om het noorderlicht vast te leggen. “Als landschapsfotograaf doe ik veel veldwerk om locaties te verkennen”, zegt Mads. “Bepaalde locaties werken beter dan andere voor het fotograferen van het noorderlicht. Over het algemeen is het noorderlicht beter te zien richting het noorden, en dus moet je zorgen dat de compositie en dingen op de voorgrond zichtbaar zijn van het zuiden naar het noorden. Maar het is ook belangrijk om ruimte in de compositie te hebben van het oosten naar het westen, voor het geval dat het noorderlicht overal zichtbaar begint te worden.”
De behoefte om het natuurverschijnsel binnen een landschapscontext te plaatsen is één reden waarom Mads gewoonlijk met ultragroothoeklenzen fotografeert. “Ik gebruik de Sony FE 14mm f/1.8 GM en 20mm f/1.8 G omdat ik met deze lenzen het noorderlicht in een compositie in een landschap kan opnemen. Als het noorderlicht erg actief is en een groot deel van de hemel beslaat, gebruik ik de 14mm-lens. En als het minder uitgebreid te zien is, bijvoorbeeld alleen in het noorden, gebruik ik de 20mm-lens.”
Het hoofdkenmerk van de twee lenzen is het diafragma van f/1.8, waardoor er veel licht op de sensor terechtkomt. Maar ook het feit dat dit G-lenzen zijn, is belangrijk voor Mads aangezien dit kwaliteitsstempel garandeert dat de foto's van hoek tot hoek scherp zullen zijn. “Hierdoor zijn het zulke fantastische lenzen voor astrofotografie”, vervolgt Mads. “Het betekent dat de scherpte geweldig is zodat alle sterren perfect worden vastgelegd.”
Hoe Mads de belichting van zijn Alpha 7R V instelt, hangt af van hoe het noorderlicht beweegt, maar hij begint op een vast punt. “Ik begin meestal met een ISO-gevoeligheid van 3200 en gebruik dan het maximale diafragma van f/1.8.” Met zijn jaren ervaring heeft hij geleerd om eerst een sluitertijd van vijf seconden te gebruiken. “Vanuit dat startpunt gebruik ik het histogram op mijn Alpha 7R V om te bepalen of ik overbelicht of juist onderbelicht. Ik kan de gevoeligheid verhogen tot ISO 6400 en een kortere sluitertijd gebruiken om het noorderlicht meer te bevriezen. Maar over het algemeen werk ik met ISO-waarden van 1600 tot 6400 en probeer ik een zo kort mogelijke sluitertijd in te stellen.”
Het is een soort van een dans tussen jezelf, je camera en het noorderlicht, waarbij je voortdurend instellingen en misschien zelfs de compositie moet wijzigen, en je jezelf moet aanpassen aan wat het noorderlicht doet.”
In oktober 2024 had Mads de gelegenheid om het noorderlicht in Denemarken te fotograferen, dat zo helder was dat het in Europa veel zuidelijker dan normaal te zien was. “Het was magisch”, herinnert hij zich. “We kunnen het noorderlicht hier een paar keer per jaar zien, maar in die nacht was het gewoon een enorme uitbarsting. Toen ik daar was, op die plek, voelde ik me als een kind in een snoepwinkel.”
In die nacht maakte Mads foto's van een windmolen met de levendige kleuren van het noorderlicht in de hemel erboven en erachter, waartegen het silhouet van de windmolen mooi afstak. “Ik gebruikte het uitklapbare en kantelbare scherm van de Alpha 7R V, zodat ik makkelijk vanuit een lage hoek een foto kon maken van de windmolen en de hemel. Het is een van de geweldige functies van de camera voor landschaps- en astrofotografen in vergelijking met zijn voorgangers.”
De prachtige foto's die Mads in die nacht in oktober maakte, laten perfect zien hoe leuk het is om het noorderlicht te fotograferen. Het geeft voldoening om het uiteindelijke resultaat te bekijken nadat er zo veel planning en voorbereiding aan een shoot is besteed.
“Ik houd altijd de voorspellingen voor zonneactiviteit op de korte en lange termijn in de gaten”, zegt Mads. “Hoe meer zonnewind en zonneactiviteit, des te groter is de kans om het noorderlicht te zien. Maar alles hangt nog steeds af van het weer. Als het bewolkt is, zie je het noorderlicht niet omdat dat hoger in de atmosfeer ontstaat. Daarom zijn planning en het wachten op de juiste omstandigheden belangrijke onderdelen, en weet je nooit hoe het eruit gaat zien totdat je het aan het fotograferen bent.”
Het is een magische ervaring voor Mads. “Als alles samenkomt, word je dubbel beloond omdat je het niet alleen op het moment zelf kunt meemaken, maar het ook op een speciale plek kunt vastleggen”, zegt hij tot slot.