Met hun opvallende, contrastrijke monochrome straatscènes, impactvolle voorgronden en mysterieuze silhouetten, zijn de foto's van Gary Williamson vooral heel krachtig − vooral als je beseft dat hij officieel blind is.
Maar misschien zou dit geen verrassing moeten zijn. Want zoals Gary uitlegt, zijn veel van de technieken die hij gebruikt om zijn verlies van gezichtsvermogen in het dagelijks leven te overwinnen, gelijk aan de technieken voor succesvolle fotografie. De eerste vraag is echter onvermijdelijk 'hoe'? Hoe kan iemand in een visueel medium werken zonder gebruik te kunnen maken van wat de meeste mensen volledig gezichtsvermogen zouden noemen?
"Natuurlijk wordt me dat vaak gevraagd," begint Gary, "en ik begrijp de verwarring, maar die vraag raakt direct aan een van mijn missies op het gebied van fotografie. Mensen denken dat blind zijn betekent dat je helemaal niets ziet, maar het menselijk zicht heeft veel niveaus. Het is een enorm spectrum, en hoewel mijn zicht zo wazig is dat ik bepaalde dingen bijna niet herken, zijn er ook dingen die ik wel zie en zijn er manieren waarop ik de wereld om me heen kan vastleggen. Mijn unieke manier van zien heeft mijn creativiteit vergroot en ik noem daarom mijn 'beperkte vermogen' liever een 'ander vermogen'."
"Voor mij is contrast essentieel," legt hij uit, "en hoe meer contrast er is, hoe beter ik kan zien. Ik kan bijvoorbeeld gemakkelijker een trap oplopen dan aflopen als het licht van de juiste kant komt. De schaduwen en hooglichten helpen me om diepte en hoogte in te schatten. Terwijl ik bijna niets kan zien als ik in de zon kijk, zie ik veel meer als ik er met mijn rug naartoe sta. Mijn zicht is afhankelijk van licht en schaduw en dus zoek ik die ingrediënten op het scherm van de camera om mijn foto's ook succesvol te maken." Gary maakt voornamelijk groothoekopnames "omdat mijn gezichtsvermogen snel slechter wordt naarmate de afstand groter wordt", zegt hij. "Ik kan elementen op de voorgrond beter zien dan voorwerpen die ver weg zijn, en dat betekent dat ik geïnteresseerd ben in wat er rond mijn voeten is. Ik werk vaak van daaruit beelden uit, wat natuurlijk ook een sterke compositietechniek is in de fotografie. Een boom in de verte gaat me niet inspireren, want die kan ik waarschijnlijk helemaal niet zien. Maar wegen, stoepranden, trappen of patronen... die inleidende lijnen en kaders zijn wat ik zoek", vervolgt Gary. "Vervolgens zoek ik naar wat contrast in de verte, zoals een heldere lucht, een deuropening of het eind van een tunnel, en als ik bezig ben met straatfotografie, dan wacht ik tot een figuur daar doorheen gaat. Soms begin ik op dezelfde manier, maar maak ik een zelfportret of vraag ik iemand om op de juiste plek te poseren."
Voor andere soorten foto's vertrouwt Gary op zijn gehoor om mogelijkheden te ontdekken. "Mijn andere zintuigen zijn zoveel belangrijker geworden in mijn dagelijks leven en ik heb gemerkt dat ze me ook helpen bij mijn fotografie", legt hij uit. "Mensen met volledig zicht merken bijvoorbeeld vaak dat hun zicht hun andere zintuigen overheerst, maar ik hoor in plaats van zie vaak iemand die een goede foto zal opleveren, bijvoorbeeld een muzikant die op straat speelt of iemand die aan het telefoneren is. En wanneer ik dichtbij ben, ga ik weer op zoek naar het contrast."
Aanpassingsvermogen en moed maken al heel lang deel uit van Gary's verhaal. Toen hij in de jaren negentig met zijn rugzak door Europa reisde, openbaarde zich bijna van de ene op de andere dag een erfelijke oogzenuwaandoening, waardoor hij vanuit Gibraltar zijn weg naar huis moest vinden zonder dat hij iets zag of kon kaartlezen. Maar deze heftige ervaring heeft hem gevormd. "Mijn verhaal is altijd geweest dat je niet moet kijken naar wat je kwijt bent, maar naar wat wel mogelijk is", zegt hij. "Ik heb nooit lang stilgestaan bij het verlies van mijn gezichtsvermogen, en heb altijd nagedacht over hoe ik mezelf kon pushen om iets te bereiken dat binnen mijn macht ligt. Je gaat ermee om of je doet dat niet, maar als je erin blijft hangen, kun je erdoor naar beneden worden getrokken. En ik dacht: als ik die reis op mijn 18e onder die omstandigheden kon maken, kan ik alles." Voordat hij zijn gezichtsvermogen verloor, studeerde Gary analoge fotografie aan de kunstacademie. Maar hij kreeg pas weer belangstelling voor het maken van foto's toen digitale camera's meer functies kregen die slechtziende gebruikers helpen. "In die tijd was ik gefascineerd door de manier waarop een enkel frame een verhaal kan vertellen, een emotie kan oproepen of bij de kijker een vraag kan doen opkomen", herinnert hij zich. "Maar een analoge camera gebruiken was voor mij niet echt een optie nadat mijn aandoening de kop opstak, dus gebruikte ik in plaats daarvan pastelkrijt en houtskool om de wereld zoals ik die zag weer te geven. Dat laatste is waar het idee om in zwart-wit te werken vandaan komt, en waarom dit me nog steeds aanspreekt."
De camera's in de nieuwste Sony Alpha-serie zijn ontworpen met het oog op aanpassing. Als onderdeel van Sony's bijdrage aan World Sight Day heeft Gary een Sony Alpha 7C II in combinatie met FE 16-25 mm f/2.8 G-, FE 24-50 mm f/2.8 G- en FE 20-70 mm f/4 G-lenzen gebruikt. De camera bevat meerdere toegankelijkheidshulpmiddelen voor slechtziende fotografen, naast reguliere functies die nog belangrijker worden wanneer iemands zicht beperkt is.
"Het meest verrassende voor mij was hoe effectief de schermlezerfunctie van de Alpha 7C II is", vertelt Gary. "Ik had nog nooit met die camera gewerkt, maar dankzij de lezer kon ik er binnen een dag goed mee overweg. Ik ben gewend om spraakfuncties te gebruiken op bijvoorbeeld mijn tablet of telefoon, en net als wanneer je je andere zintuigen gebruikt op straat, helpt dit om in je hoofd een beeld te krijgen van de werking van de camera." "De lezer doet alles, van het rapporteren van de basisinstellingen (sluitertijd, diafragma, ISO, de focusmodus, enzovoort) tot vertellen hoe specifieke functies, zoals de intervalmeter die ik gebruik voor zelfportretten, zijn ingesteld. Dat is technisch gezien briljant, maar heeft ook een positief effect op mijn fotografie-ervaring. Een pratende camera maakt aan voorbijgangers duidelijk dat ik slechtziend ben, maar als ik mijn 20x-vergrootglas gebruik met mijn gezicht tegen het scherm gedrukt, kan dat ongewenste aandacht trekken. Iemand vroeg me ooit waarom ik aan de camera snuffelde! De lezer maakt me minder bezorgd over interacties in drukke omgevingen."
Gary prees ook de lay-out en de bediening van de Alpha 7C II. "Ik kan de camera met één hand gebruiken, wat een voordeel is, en de draaiknoppen en ingangen zijn ook heel goed ontworpen. Voor ziende fotografen is het handig dat ze op gevoel de ene knop van de andere kunnen onderscheiden, zodat ze zich op de zoeker kunnen blijven concentreren. Maar voor mij is het nog belangrijker. Zelfs draaiknoppen die een duidelijk klikgeluid maken helpen, want dan weet je dat je ze ver genoeg hebt gedraaid." Gary is ook heel enthousiast over de fantastische autofocus van de Alpha 7C II. "Je kunt er echt op vertrouwen dat die focust op de juiste plek en zorgt voor de scherpste focus," zegt hij, "en de Touch Tracking is voor mij heel handig. Als er genoeg contrast is, kan ik een figuur op het scherm zien en deze aanraken, en dan weet ik dat de camera deze perfect blijft volgen terwijl ik fotografeer."
Met mijn fotografie probeer ik niet te kijken naar wat ik kwijt ben, maar naar wat er mogelijk is. Ik heb een uniek perspectief op leven met een visuele beperking, en daardoor kan ik stereotypen omverwerpen en een diepere waardering voor alle vormen van zicht koesteren. Een beperking gaat over barrières, en die moeten we afbreken waar we kunnen. Toegankelijkheidsfuncties, zoals degene die ik op de Alpha 7C II heb gebruikt, zijn daar een belangrijk onderdeel van. Deze camera maakt veel dingen mogelijk."