Tijdens een wandeling door dichte, eeuwenoude bossen ervaren de meeste mensen een gevoel van stilte en veiligheid.
Dit in tegenstelling tot een wandeling door een gekapt bosgebied. Deze gebieden kom steeds vaker voor in Zweden en veel andere landen. Door kaalslag wordt het oorspronkelijke bos gedund en uiteengetrokken. Wat overblijft is kale, omgewoelde grond en een open vlakte, meer niet.
Sommige gebieden roepen een nog verontrustender beeld op. “Veel bezoekers uit Duitsland en Frankrijk zeggen dat het gebied ze doet denken aan de verwoestende kernramp in Tsjernobyl”, zegt fotojournalist Marcus Westberg. “Deze plekken zijn volledig vernietigd, er is nauwelijks leven te bespeuren. En iedere dag komen er meer kaalgekapte gebieden bij.”
Marcus is werkzaam voor vele ngo’s en publicaties, heeft meerdere fotografieprijzen op zijn naam staan en heeft door de jaren heen veel milieucampagnes ondersteund. Na zoveel opdrachten voor anderen te hebben uitgevoerd was het wellicht onvermijdelijk dat hij op een dag aan een eigen opdracht zou werken. Hij is vastbesloten de meedogenloze ontbossing van Zweden in beeld te brengen en aan de kaak te stellen, en beschouwt zijn huidige project als “het enige echt ‘persoonlijke’ fotografieproject dat ik ooit heb gehad en waaraan ik me nu al meer dan drie jaar wijd.”
“Mijn vrouw komt uit Duitsland, ik uit Zweden en we wonen in Portugal. Net voor de pandemie besloot ik met haar naar het noorden van Zweden te gaan om het noorderlicht te zien. Natuurlijk was er toen net sprake van veel bewolking. We hebben toen met de sneeuwscooter enkele tochten door bosgebieden gemaakt en daar mensen ontmoet die spraken over ontbossing, herbeplanting en het verlies van biodiversiteit in bossen. Dat had een grote impact.”
Zweden wordt altijd aangemerkt als het meest milieubewuste en duurzame land ter wereld. Maar als je wordt geconfronteerd met industriële ontbossing, worden je ogen geopend en kun je de werkelijkheid niet meer negeren. Het probleem is niet dat bomen groeien en worden gekapt, maar de vernietiging van ecosystemen en de vervanging ervan door nieuwe bomen die op hun beurt weer worden gekapt zodra ze volgroeid zijn.”
Volgens Marcus is er vrijwel niets over van de eeuwenoude bossen. Vooral bossen die geen onderdeel zijn van nationale parken hebben het zwaar te verduren. De overgrote meerderheid van het hout is niet bestemd voor duurzame houtproducten, maar voor papier voor eenmalig gebruik en biobrandstof. “Het is alleen een groene industrie als je het over de kleur van de bladeren hebt. Denk hierbij ook aan de manier waarop bomen koolstof afvangen en opslaan. Als bomen worden verbrand, komt er koolstof vrij. Ook als je van plan bent om nieuwe bomen te planten, duurt het wel even voordat ze groot genoeg zijn om dezelfde hoeveelheid koolstof af te vangen.”
“Een nog groter probleem met kaalkap treedt op onder de grond. Bij het kappen worden wortels uit de aarde gerukt, en in bossen zoals in Canada, Zweden en Finland bevindt de overgrote meerderheid van de koolstof zich in die wortels en in de mycelia. Een 10 jaar oud – of zelfs een 100 jaar oud – dennenbos kan dit niet compenseren en de bosbouwsector is dan ook de grootste koolstofproducerende industrie in het hele land. Toch wordt deze als koolstofneutraal beschouwd omdat elke rechtopstaande boom in hun voordeel wordt meegerekend!”
Het verlies van oude bossen en de noodzaak tot herbeplanting om de gaten te vullen beïnvloedt het gehele ecosysteem in de omgeving. Hoewel de aandacht met name gaat naar grote zoogdieren en vogels, zijn dat niet de soorten die het grootste risico lopen – nog niet tenminste.
“Het grootste verschil tussen het ecosysteem met nieuwe beplanting en een gezond bosecosysteem is dat alle bomen even oud zijn en er niet veel dood hout op de grond ligt”, legt Marcus uit. “Een natuurlijk bos bestaat uit jonge aanplant, volgroeide bomen, bomen die bijna dood zijn en omgevallen dode bomen die wegrotten. Een dode den of spar dient gedurende honderden jaren als voedsel voor de korstmossen, schimmels en insecten die aan de basis van onze voedselketen staan.”
Marcus gebruikt de Sony Alpha om de situatie op een eerlijke manier vast te leggen, om mensen bewust te maken van de gevaren van kaalslag en geïndustrialiseerde houtkap. Daarnaast wil hij tonen dat het verhaal dat grote bedrijven vertellen ook een andere kant heeft. “De slimme campagnes van de bosbouwsector in Zweden zijn vergelijkbaar met die van de olie- of tabakssector. Een van hun langlopende campagnes voor ‘het Zweedse woud’ omvatte prachtige foto’s bij bushaltes in de grotere steden die een gezond bos rondom een boomstronk toonden. Op die stronk lagen producten met daaronder de tekst dat bossen het duurzame alternatief zijn voor olie en plastic. Dat is echter een absolute leugen. Minder dan 3% van de houtkap in Zweden is geen kaalkap. Mijn foto’s vertellen het verhaal van de resterende 97%.”
“Het kostte wat tijd om te bedenken hoe ik de schaal van vernietiging het beste kon weergeven, omdat een opname vanaf de grond geen goed beeld geeft van de reusachtigheid van de betrokken gebieden”, aldus Marcus. “En bij een foto vanuit de lucht wordt er afstand gecreëerd waardoor de mate van verwoesting niet goed tot uiting komt. Sommige kapmachinesporen in het bos zijn zo diep dat je er echt doorheen moet klimmen.”
Marcus twijfelt er niet aan dat fotografie een verschil maakt. Met zijn Sony Alpha 1-camera’s en de lichte maar snelle zoom- en prime-lenzen kan hij de verborgen kaalkap vastleggen die hij tegenkomt tijdens wandelingen buiten de gebaande paden. Zijn foto’s worden getoond in de reguliere media, werpen zo licht op het probleem en tonen het ware gezicht achter berichten van de overheid en de bossector.
“Toen ik fotografie wilde inzetten als instrument voor verandering was het duidelijk dat ik meer moest doen dan unieke of mooie foto’s maken. Dat is leuk als je een fotowedstrijd wilt winnen – en sommige van deze afbeeldingen van de kaalslag hebben op die manier wel het bewustzijn verhoogd – maar het gaat er mij om mensen te waarschuwen voor de collectieve bedreiging. Ik wilde ook dat de foto’s geschikt zouden zijn voor mensen en organisaties die zich inzetten om onze bossen te beschermen.” Veel Zweedse ngo’s maken nu gebruik van zijn foto’s, en tijdens een recente EU-conferentie over bosbouwpraktijken werden 30 grote fotoafdrukken tentoongesteld buiten de vergaderruimte.
“Door een tiental afbeeldingen te combineren kan de volle omvang van de situatie worden getoond. Dit verhaal kan niet worden verteld met slechts een of twee foto’s, omdat het probleem zo enorm is. En hoe meer ik kan laten zien, hoe lastiger het wordt voor de sector of politici om de situatie goed te praten en af te doen als incidenteel. We laten ze zien dat dit overal aan de gang is.”
“De Sony Alpha is perfect voor dit project omdat ik vaak foto’s maak bij weinig licht, maar wel beelden met hoge resolutie moet maken die geschikt zijn om groot te worden afgedrukt. De Sony Alpha 1 is klein, licht en stil – heel handig in een omgeving waar je liever niet wordt gezien of gehoord.”
“Hoewel enkele afbeeldingen pakkende voorbeelden zijn, zoals een vogelkooi zonder bodem op een dode boomstronk en ‘natuurbehoudlinten’ die houthakkers om bomen aanbrengen om te laten zien dat ze zich aan ontbossingsbeperkingen houden, wil ik met name foto’s maken die het publiek overtuigen van het gevaar. Net als bij een gezond bos zijn zowel het aantal als de variëteit van de beelden van belang.”
“Er zijn mensen die hun leven wijden aan het beschermen van de Zweedse bossen. Ik ben daarmee vergeleken een nieuwkomer en heb bewondering voor de onuitputtelijke inspanningen van anderen. Maar dit is de eerste keer dat ik ervan overtuigd ben dat mijn foto’s echt bijdragen om een concreet verschil te maken”, sluit Marcus af.